Een nieuwe rekenmethode
Een nieuwe rekenmethode
Een nieuwe rekenmethode kan het rekenonderwijs verbeteren. Maar de leerkrachtvaardigheden blijven het belangrijkst voor effectief rekenonderwijs.
Hoe kies je een nieuwe methode voor rekenen? En hoe zorg je dat die methode ook goed door de leerkrachten wordt gebruikt? Deze vragen staan centraal in de workshop Het kiezen en implementeren van een nieuwe rekenmethode van Ina Cijvat van Expertis op de rekenconferenties van de PO-Raad/Projectbureau, najaar 2010.
Rekenonderwijs Het eerste wat een team moet doen als er wordt nagedacht over de aanschaf van een nieuwe methode is nagaan hoe het rekenonderwijs ervoor staat op de school. Ina Cijvat raadt aan om een brede werkgroep in te stellen, waarin ook groep 1 en 2 vertegenwoordigd zijn. Deze werkgroep brengt het rekenonderwijs op de school in kaart. ‘Welke doelen stellen we ons? Hoe staat het met de instructievaardigheden van de leerkrachten? Hebben we voldoende rekeninhoudelijke kennis en kennis van leerlijnen en cruciale momenten? Wat willen we dat kinderen kennen en kunnen als ze instromen in groep 3?’ Op basis van deze analyse kan het team besluiten toe te zijn aan de keuze voor een nieuwe methode, of eerst aan de kwaliteit van het rekenonderwijs te werken.
Stappenplan Als helder is hoe het rekenonderwijs ervoor staat kan de werkgroep aan de hand van een stappenplan een nieuwe methode gaan kiezen. Het gaat erom bij een methode uit te komen die past bij de kenmerken van de school. Ina: ‘Als je kijkt naar de ervaringen met de huidige methode, vraag je dan niet alleen af wat je anders wilt, maar ook welke sterke kanten je methode heeft. Wat vind je handig, wat wil je niet missen?’ Een van de cruciale kenmerken van de school is de rekendidactische ervaring van leerkrachten. Ina: ‘Voor onervaren leerkrachten is een goede handleiding erg belangrijk. Een methode gaat lang mee, de samenstelling van het team kan veranderen. Dus is het belangrijk dat erover is nagedacht hoe nieuwe teamleden worden begeleid bij het rekenonderwijs.’
Implementatie Is de keuze eenmaal gemaakt, dan moet de methode worden geïmplementeerd. Naar dat proces gaat volgens Ina vaak relatief weinig aandacht. ‘Als de dozen zijn uitgepakt is het goed om bij elkaar te gaan zitten en te bespreken of er rekeninhoudelijke kennis moet worden bijgespijkerd en hoe het team omgaat met, bijvoorbeeld, het uitleggen van de voorkeurstrategie.’ Voor de implementatie bestaat een begeleidingsmodel dat vooral gericht is op het aanleren van leerkrachtvaardigheden. Het model bestaat uit verschillende componenten, zoals ‘informeren’ en ‘klassenobservatie’. De componenten die, zeker in combinatie, het meeste effect opleveren zijn ‘demonstreren’, ‘oefenen’ en ‘feedback’. Met demonstreren wordt bedoeld dat in het team een leerkracht de nieuwe instructie voordoet. Vervolgens gaan de teamleden op elkaar deze instructie oefenen. Ina: ‘Een nieuwe aanpak is lastig aan te leren. Het lukt nog wel als je je kunt concentreren, maar als je je tegelijk met klassenmanagement moet bezighouden val je gauw terug in een vertrouwde routine.’ ‘Feedback’ betekent dat collega’s onderling bij elkaar in de klas kijken hoe de nieuwe aanpak in de praktijk handen en voeten krijgt, om daarover met elkaar van gedachten te wisselen.
Cultuur De cultuur in de school en de opvattingen van schoolleider en leerkrachten spelen een belangrijke rol bij een succesvolle implementatie, zegt Ina. ‘Hoe makkelijk vraag je hulp? Hoe leuk vind je rekenen? Zet de schoolleider stevig in op implementatie? Dat speelt allemaal een rol. Ook is het belangrijk dat er tijd voor wordt genomen. Na een jaar heb je door waar de valkuilen zitten. Dan is het belangrijk dat het rekenonderwijs ook in het tweede jaar nog regelmatig voorkomt op de agenda.’
PO-Raad/Projectbureau Kwaliteit, oktober 2010
|