Basisonderwijs  
Rekenpilots
Collectief leren als succesfactor bij verbeteren rekenonderwijs

Yvonne van der Eerden

Basisschool De Windwijzer in Den Helder neemt deel aan het driejarig rekenverbetertraject.  Om de knelpunten boven water te krijgen heeft adviseur Yvonne van der Eerden onderzoek gedaan naar  de manier waarop de kinderen en leerkrachten het rekenonderwijs ervaren. Daarnaast is ze betrokken bij de begeleiding van leerkrachten. 



Wat was er aan de hand met het rekenonderwijs?
‘De school was al begonnen met het zoeken naar verbeterpunten van het rekenonderwijs. Ze hebben zich aangemeld als stageschool voor lio’s die onderzoek naar rekenen willen doen. Ook was compacten en verrijken ingevoerd, maar de resultaten bleven niet goed. Vooral resultaten groepen 5/6 vielen tegen. De kinderen vonden rekenen niet leuk, er waren veel verschillende niveaus. In groepen 7/8 waren veel individuele leerlijnen en onvoldoende resultaten.’

Hoe ben je te werk gegaan?
‘Samen met experts van het SLO en het Freudenthal Instituut hebben we gekeken naar wat de kinderen leren, en  hoe ze leren. Wat moeten ze kennen en kunnen in de onderbouwgroepen en hoe ver zitten ze van die doelen af?  De leerkrachten selecteerden de leerlingen, het ging om de ‘matige middelmaat’-leerling in hun rekenonderwijs. We maakten video-opnames. De kinderen lieten ons zien hoe ze tijdens het rekenen de weg kwijt raakten. Ze konden ons veel vertellen over getallen, maar ze kwamen niet met een uitkomst.
Ook hebben we de leerkrachten gevraagd wat volgens hen goed gaat en wat beter kan. Je haalt daarmee de bereidhei om mee te denken, om te veranderen, maar boven.’

Waar lag het aan? Aan de methode?
‘Vanuit de methode zijn er witte vlekken te traceren. Het zijn de delen van de leerlijn die mogelijk knelpunten veroorzaken, de zogenoemde cruciale leermomenten in de leerlijn. Zelf hebben we als begeleiders ons dus verdiept in de leerlijnen en de methode. Hoe heeft deze methode het bedacht, wat zegt Tal, wat zegt Tule. Een rekenbegeleider moet inhoudelijk zelf van de rekenlijnen weten om een goede gesprekspartner te zijn voor leerkrachten. Het advies ‘ doelen stellen en veel oefenen’ is vaak niet genoeg om duurzame verbetering te krijgen.  en zo. Het komt erop aan dat de leerkracht ziet aankomen waar de knelpunten kunnen zitten. Aan de instructietafel kan de leerkracht veel meer doen dan herhaling van de instructie.’

Hoe zijn jullie met de leerkrachten aan de slag gegaan?
‘Die twee zaken – wat leerlingen lieten zien en wat leerkrachten vertelden – hebben we gepresenteerd op een studiedag van het team. We hebben vervolgens de kennis van de leerkrachten over leerlijnen van rekenonderwijs verdiept. Dat deden we per bouw, soms ook met het hele team. Het ging veel over de didactiek. De organisatie van leerkrachten is vaak in orde maar bij rekenproblemen moet de leerkracht orthodidactisch kunnen reageren.’

Wat is er veranderd in de school?
‘We zijn gestart met elke dag lesgeven, elke dag instructie. Deze school deed twee dagen instructie, drie dagen zelf werken. Bij deze populatie is het nodig om elke dag instructie te geven.
Onderwerpen van de bijeenkomsten waren dus kennis van didactiek en leerlijnen. Daarbij organiseerden we trendbesprekingen. Elke leerkracht bespreekt de eigen groep met de rekencoördinator en mij. In dit gesprek met zijn drieën hebben leerkrachten meer mogelijkheden om vragen te stellen. Hun vragen vormen ook de input voor de klassenconsultaties. In de trendbespreking vertalen we de data terug naar het handelen van de leerkracht in de klas. Wat betekent het voor jouw groep, voor de instructie , voor de komende zes weken? Welke categorieën behoeven extra aandacht? Belangrijk is dat we meedenken met leerkrachten met de vraag hoe de groep, of deze specifieke leerlingen, op hoger niveau te brengen zijn. Alles wat besproken is wordt vastgelegd in het groepsplan, op de server van de school.’

Wat is de rol van de directeur?
‘De directeur van de school heeft een duidelijke visie op teamontwikkeling. De rol van de directeur is belangrijk. Deze directeur is soms sturend en soms juist niet, hij wil de talenten van de leerkrachten ontplooien. Maar als een leerkracht geen tijd zegt te hebben voor één uur rekenles per dag  dan zegt de directeur: dat gaan we oplossen.  De Windwijzer wil een goede rekenschool zijn, het stelt het rekenonderwijs als prioriteit. De directeur geeft er ook volop de ruimte voor, ook financieel.’

Wat zijn de belangrijkste succesfactoren op deze school?
‘Collectief leren is een belangrijke factor. De leerkrachten  van de groepen 3, 4, 5 komen bij elkaar en bespreken hoe het zit met optellen en aftrekken in de  groepen. Wat zegt de methode, welke taal hanteren we in de instructie, in afstemming met elkaar? Dat is misschien het leeuwendeel van de verandering geweest. Een vraag was bijvoorbeeld: hoe leren kleuters eigenlijk rekenen. Spelletjes doen is niet genoeg. Naast overzicht van elementair getalbegrip is van belang dat de leerkrachten in de groepen 1 en 2 denkvragen gingen stellen. De leerkrachten komen met eigen vragen en eigen ervaringen. Soms vragen ze me ook of ik nog een interessant artikel weet. Ga ik op zoek naar een artikel dat aansluit bij hun vraag en dat begrijpelijk is voor de leerkracht.
De tweede succesfactor is de rekencoördinator. Ze enthousiasmeert  en zoekt ook dingen uit en is in die zoektocht niet snel tevreden. De samenwerking met haar verliep heel goed. We hadden ieder onze eigen taak en rol, soms liep het door elkaar heen, maar dat gaf geen problemen.’

Waar moet deze school over nadenken?
‘Op iedere school is het de vraag: hoe houd je de goede resultaten vast als er personeelswisselingen zijn. Op De Windwijzer hebben de leerkrachten een open leerhouding, met al hun ervaringen blijven ze leervragen stellen. De rekencoördinator heeft veel kennis, ook schoolbreed, dat heb je niet zomaar. Ze staat midden in de school en heeft toch een helicopterview.  Als het middenmanagement of het management verandert kunnen zich ongewenste veranderingen voordoen. En deze school heeft een populatie waar je je best voor moet doen. Je moet niet wachten tot er weer onvoldoende resultaten zijn maar alert blijven via monitoring van het rekenonderwijs. Het gaat daarbij niet alleen om de organisatie. Het gaat juist ook om de inhoud: hoe zorgen we dat leerlingen in groep 7/8 op niveau komen en blijven.’

Wat is je belangrijkste tip voor collega-adviseurs?
‘Aandacht en kwaliteit zijn sleutelwoorden. Je moet aandacht hebben voor de zorgen van de leerkracht op groepsniveau, voor de rekencoördinator, die een overstijgend niveau moet hebben, voor de directeur die zit met het inspectiebezoek of ziet dat leerkrachten het niet zo doen als eigenlijk zou moeten.
In het plan zijn er bouwstenen voor rekenverbetering: klassenconsultaties, bouwvergaderingen, tussentijdse gesprekken met leerkrachten. Dat zijn bouwstenen voor kwaliteitsbeleid. Als de begeleider dit goed organiseert en niet meegaat in de waan van de dag, krijgt de begeleiding effect.  Effectieve rekeninstructie, effectieve praktijken, is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is niet zo dat als je allemaal 10 minuten oefent, dat het dan wel goed komt. Renenonderwijs is ook leren mathematiseren, leren denken. Oefenen is goed, maar alleen als je het begrijpt.
Het is een vak, rekenonderwijs geven. Ik heb veel bewondering gekregen voor de leerkracht die een goede rekenles geeft.’


© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact