Rekenen met creativiteit
Het rekenen op Basisschool De Bernebrêge is flink verbeterd sinds de school deelneemt aan een rekenverbetertraject. Creativiteit was op deze school altijd al belangrijk, nu wordt dit ingezet voor het bereiken van rekendoelen. Klaske Duursma, intern begeleider, vertelt op de studieconferentie ‘Elke leerling telt’ welke stappen de school heeft gezet.
Basisschool de Bernebrêge is een kleine Friese school in Opeinde bij Drachten. Verreweg de meeste van de 72 leerlingen spreken thuis Fries. Het ambitieniveau van ouders is niet zo hoog, waardoor de resultaten onder de maat bleven. ‘Het is een prettige school’, vertelt Klaske Duursma. ‘Maar er was een achterstand in groep 4 tot en met 8. De leerkrachten waren gewend pas door te gaan als iedereen het snapte, zodat de resultaten goed zouden zijn. Toetsen werden daarom uitgesteld. In groep 1/ 2 werd weinig aan gecijferdheid gedaan, daar was ook grote weerstand tegen. ‘
Kleine school Omdat de inspectie de school waarschuwde, is men toch aan de slag gegaan. ‘Een kleine school heeft weinig middelen. Maar omdat we gingen deelnemen aan het rekenverbetertraject konden we materialen aanschaffen en begeleiding krijgen.’ Voor de groepen 3 / 4 werd de nieuwste versie van Pluspunt aangeschaft, en de leskist van Met sprongen vooruit. In de midden- en bovenbouw is er aandacht gekomen voor de uitstekende rekenaars en zijn er allerlei rekenspelletjes beschikbaar.
Creatief ‘In groep 1 en 2 maken leerkrachten rekendozen. Ze zijn daar heel creatief in’, vertelt Klaske. ‘We hebben rekendoelen geformuleerd en per project de rekendoelen vastgesteld. Er is een half uur rekentijd per dag, voor de zwakke kleuters meer.’ De kleuters vonden het leuk om met cijfers en spelletjes bezig te zijn. De leerkrachten raakten daardoor ook enthousiast. Klaske: ‘Ze kunnen hun creativiteit goed inzetten. Ze hebben absoluut geen moeite met het bedenken van betekenisvolle en uit rekenoogpunt zinvolle activiteiten.’
Automatiseren In groep 3/ 4 en hoger is het consequent automatiseren ingevoerd. ‘Dat neemt eerder 20 minuten in beslag dan 10 minuten’, vertelt Klaske. ‘Dan moet je dus keuzes maken: het gaat af van tijd voor wereldoriëntatie bijvoorbeeld.’ Leerkrachten hadden in het begin moeite met de hoeveelheid tijd die in het automatiseren ging zitten. ‘Maar later in de schoolloopbaan heb je er zoveel plezier van. Dan gaat het rekenonderwijs ineens stukken sneller dan je gewend bent.’ De leskist Met sprongen vooruit bevat inspirerend materiaal, dat met veel plezier wordt gebruikt. ‘Het is wel duur. Maar je kunt als kleine school het ook samen met een andere school aanschaffen.’
Niet meer overbelast Doordat er veel meer tijd wordt uitgetrokken voor rekenen zijn de resultaten omhoog gegaan. ‘Er zijn meer A- en B-leerlingen dan voorheen, en bijna geen E-leerlingen meer.’ Niemand wil meer terug, al is de identiteit van de school – ervaringsgericht onderwijs – niet meer zo duidelijk zichtbaar. Of de veranderingen duurzaam zijn zal moeten blijken. ‘We leggen alles vast, maar enthousiasme is moeilijk overdraagbaar’, zegt Klaske. ‘Maar de leerkrachten voelen zich niet meer overbelast, en gaan met plezier naar hun werk. Het dieptepunt ligt echt achter ons.’
Projectbureau Kwaliteit, maart 2010
|