Basisonderwijs  
Rekenpilots
Kijken naar cijfers

Rekenverbetertraject leidt tot cultuuromslag bij Hoogeveense scholen

Wat doe je als een van je scholen door de inspectie ineens als rekenzwak wordt benoemd? Dan mobiliseer je de hele vereniging, vraag je subsidie aan voor een rekenverbetertraject, school je op iedere locatie een leerkracht tot rekencoördinator en ondersteun je op alle niveaus.

Dat is in ieder geval wat er gebeurde bij het Primair Christelijk Onderwijs in Hoogeveen (PricoH). De schok resulteerde in een cultuuromslag. Leerkrachten, schoolleiders en bestuur zijn er heel gelukkig mee.

XXL_Juliana van Stolberg PricoH
Directeur Aleid, leerkracht Ankie en bestuurder Albert-Jan: "Je komt met elkaar in gesprek."


Onderwijskwaliteit
Als kersverse bestuurder van (toen nog) VPCO Hoogeveen mocht Albert-Jan van Klaveren meteen aan de bak: verantwoordelijkheid nemen voor de onderwijskwaliteit. Dat was altijd het domein van de scholen zelf geweest. Maar de rekenzwakke school en het nieuwe toetsingskader van de inspectie dwongen hem de koers te wijzigen. “Dat de rekenzwakke school daarbij het voortouw nam maakte grote indruk. De school voerde in korte tijd grote veranderingen door: vele instructieniveaus en persoonlijke handelingsplannen werden teruggebracht tot drie instructieniveaus en een aanpak op basis van doorgaande leerlijnen. En met resultaat. In het directieoverleg verstomden de vragen en kritiek en werd de wens uitgesproken ook meer naar opbrengsten te gaan kijken.”

Herhalen en verfijnen
Samen met twee scholen van een ander bestuur startte  VPCO  een rekenverbetertraject. Aleid Siepman, directeur  van de Juliana van Stolbergschool stapte er ontspannen in: “Wij hadden goede scores, maar ook zorg om de school die ineens ‘oranje’ kreeg. Ik vind het prettig om dat dan in groepsverband op te pakken. Ook bij ons op school waren er mensen die het moeilijk vonden om de resultaten van leerlingen te bespreken, omdat leerresultaten van kinderen ook iets laten zien over het onderwijs van de leerkrachten.“ Op basis van het verbeterplan van de vereniging maakte de Juliana van Stolberg een plan met eigen accenten. Voor Aleid is het handelen van de leerkracht daarbij het belangrijkste doel: “Ik volg en ondersteun de leerkrachten, bezoek de rekenlessen. Dat is wel nieuw, ja. Ik ben niet de grote deskundige, eerder een klankbord. Maar ik kijk wel of je doet wat we hebben afgesproken. Daar hoort ook bij dat ik vraag hoe de uren voor nakijken, voorbereiding en vakliteratuur worden ingezet. Meestal doe ik dat tijdens de lunch, dan eet ik met een leerkracht tussen de middag een broodje.”

In de teamvergaderingen op de Juliana van Stolberg wordt nu structureel aandacht aan de leerstof en de leerlingresultaten besteed. “Dat moet je niet af en toe doen, maar herhalen en verfijnen,” zegt Aleid. “Nu krijgen we er echt vat op. We hebben ook een heel plezierig team. Ik heb ook zelf meer zicht op het rekenonderwijs gekregen.”

Kiezen waar het om gaat
Aleid werkt samen met leerkracht en rekencoördinator Ankie Drent. Samen bezoeken ze studiedagen, bespreken ze resultaten en nieuwe materialen en ondersteunen ze collega’s. Ankie:
“Dat Aleid ineens bij je in de klas komt en de leerlingresultaten met je gaat bespreken, dat was heel eng allemaal, maar ook goed en verfrissend. Je komt met elkaar in gesprek: Wat had ik anders kunnen doen? Hoe kies je een hoofddoel als de methode meerdere doelen aangeeft? Er is geen rekenmethode die precies aansluit bij het cito lvs.” Aleid:”Daar hebben we met de leerkrachten over vergaderd: Kiezen waar het om gaat. Wat bied je aan? Soms zijn er meerdere doelen in één rekenles, dan kies je er één en  besteed je minder aandacht aan de rest. De leerkracht is de professional.” Ankie: “Dat je maar één oplossing kiest, dat was echt een doorbraak voor ons rekenonderwijs. En dat we alle leerlingen bij de groep houden, in plaats van klasseoverstijgend te werken.” In overleg met Aleid heeft ze voor de school nieuwe materialen en een nieuwe methode aangeschaft. Met de subsidie van het rekenverbetertraject gaan er nu ook weer twee collega’s van de Juliana van Stolberg naar de rekendag in Lunteren en de Grote rekendag van Rekenweb. “Zo is al bijna iedereen aan de beurt geweest.”

Leren van elkaar
Het rekenverbetertraject kreeg een eigen naam mee: Tiental Rekenpilot Hoogeveen. De rekencoördinatoren van het Tiental komen vijf keer per jaar bij elkaar. Ankie is enthousiast: “Dan doen we altijd een rondje langs de scholen: waar ben je mee bezig, wat heb je aangeschaft, hoe zet je dat in? Je gaat samen in gesprek, krijgt tips aangereikt en wordt geprikkeld. Zo zijn we op een andere school gaan kijken hoe zij werken met de methode die wij wilden gaan aanschaffen.” Het Tiental organiseerde ook de startdag van de vereniging, die dit schooljaar helemaal in het teken van rekenen stond:  alle leerkrachten speelden rekenspellen om te ervaren hoe het spel ingezet kan worden om kinderen te ondersteunen, uit te dagen en te diagnosticeren voor hun rekenonderwijs.

Sinds bij PricoH onderwijskwaliteit hoog in het vaandel staat heeft ook het leren van elkaar een hoge vlucht genomen. De vereniging faciliteert. Albert-Jan: “Directeuren, adjuncten, ib’ers en rekencoördinatoren spreken elkaar regelmatig. Maar dat ga ik niet voor alle groepen regelen. Ik ga er vanuit dat leerkrachten elkaar zelf opzoeken.”
“Ook leerkrachten hebben elk hun eigen niveau in bepaalde vaardigheden,” vertelt Aleid. “Niet iedereen kan het tempo bijhouden. Dan bied je tijd  en ondersteuning. Het gaat vaak om bewustwording. Zo hebben we een filmpje gemaakt van onze kleuterjuf. Zij kan heel goed vragen stellen en kinderen aan het denken zetten. Dat is ook voor de andere leerkrachten leerzaam en belangrijk. ”

Doelen stellen en vasthouden
Ankie: “Aan het begin van het jaar het niveau van de groep vaststellen, dat was ook nieuw. Bijvoorbeeld dat we eind groep 2 55 procent AB scores willen halen. Dat leggen we vast en daar gaan we aan werken. En die resultaten willen we dan ook vasthouden, omdat we vinden dat de kinderen niet achteruit mogen gaan.”
“Onze school staat in een Vogelaarwijk”, vult Aleid aan. ”Sommige leerlingen hebben een aanzienlijke cognitieve en sociaal emotionele achterstand. Maar ieder kind kan automatiseren en technisch leren lezen. Als kinderen die uit een slechte taalomgeving komen niet al in groep 1 op een speelse manier letters leren is de achterstand in groep 3 al bijna niet meer in te halen. Dat geldt ook voor rekenen.” “We nodigen de ouders uit voor een voorbeeldles", vertelt Ankie. “Voor de ouders van leerlingen in de groepen 1, 2 en 3 zijn er koffieochtenden. We  leggen ze uit dat we uit hun kinderen willen halen wat erin zit, dat ze veel met hun kind moeten praten en een gratis bibliotheekabonnement kunnen nemen.”
Aleid bespreekt de leerlingresultaten één op één met haar leerkrachten. Daarbij kijkt ze niet alleen naar de gemiddelde resultaten, maar ook naar de prestaties en uitvallers op onderdelen: “Een kind kan best gemiddeld een 7 scoren, maar als daar een 10 en een 4 achter schuilgaan en dat geldt voor meerdere kinderen in de groep, dan vraag ik de leerkracht wat deze hieraan gaat doen. Wanneer bijvoorbeeld het onderdeel optellen en aftrekken relatief slecht beheerst wordt, kan besloten worden een computerprogramma in te zetten om vaker mee te oefenen.“
Albert-Jan kijkt vanuit zijn ‘cockpit’ mee naar het cijfermateriaal  op schoolniveau. Hij bezoekt twee keer per jaar iedere school: “Dan neem ik alles van de school door. Ik wil alles weten, het is een soort bestuursinspectie. Ook bespreekt hij met alle scholen hun plannen. ”Daarbij moet ik ze vaak afremmen, ze willen zo veel.”

Toetsen
PricoH gebruikt verenigingsbreed niet meer de cito eindtoets. Het was een grote stap om een andere toets te gaan doen. Albert-Jan: “Nu meten we wat een kind heeft bereikt op basis van zijn of haar mogelijkheden. Met de niveautoetsen in groep 4 en 6 weet je tussentijds of een kind op niveau zit of niet. Dan zie je ook dat sommige kinderen onder hun niveau presteren.”
Aleid: “Natuurlijk hebben we veel geïnvesteerd in overleg, nieuwe materialen, uitleg door de rekencoördinator. Maar dat je samen vindt dat de uitslag van een volgende toets nooit lager mag zijn dan de vorige, dat was ‘wow’, bewustwording. Daar was geen cursus voor nodig, dat is intrinsiek vakmanschap.”  Twee keer per jaar bespreekt het team de cito-resultaten. “En je wordt er niet op afgerekend,” vult Ankie aan, “Je kan er juist door groeien. Cijfers, niveautoetsen, het eindonderzoek… ‘Ik ga het gelijk nakijken’, hoort ze nu van haar collega’s, en ‘ik ben zo benieuwd’.”
Albert-Jan had dit nooit voorzien: “In plaats van dat zwakke resultaten niet worden opgemerkt of met de mantel der liefde worden bedekt is de klassedeur open gegaan. Het heeft geleid tot een vernieuwingsslag en een collegiale openheid waar ik enorm trots op ben. Het bestuur vroeg nooit naar resultaten, nu is het gewoon geworden resultaten intern te bespreken en naar buiten te brengen.”


Website van PricoH
Website van de Juliana van Stolbergschool
© Projectbureau Kwaliteit | Disclaimer | Contact