De Klimop in Rotterdam
School: De Klimop in Rotterdam Sleutelwoorden: Teamafspraken | Hoge doelen | Effectieve instructie Wat heb ik eraan? Op de conferentie Scholen voor morgen -leren van elkaar gaf Wouter Struis een workshop over de teamaanpak op De klimop. De presentatie is hieronder downloadbaar.
Presentatie Van kind- naar teamresultaten
[-
473 Kb
]
Op de Klimop in Rotterdam geven alle leerkrachten op dezelfde manier rekenles. Kinderen wordt één strategie aangeleerd, iedere rekenles begint met automatiseren en kleuters worden ‘voorbereid’. Het resultaat: kinderen leren sneller en beter rekenen.
‘De Klimop is een school met bijna alleen kinderen van allochtone afkomst. Dus we doen heel veel aan taal’, vertelt Wouter Struis, leerkracht van groep 5/6. ‘Vooral met technisch en begrijpend lezen boeken we vooruitgang. Maar het rekenonderwijs kreeg minder aandacht. De leraren die lol hebben in rekenen, zullen betere rekenlessen geven. Op De Klimop wordt veel gemonitord, en daarnaast zijn er de citotoetsen. Zo was goed te zien dat de resultaten op rekenen achterbleven. ‘Dan kun je wel zeggen: het ligt aan de verhaaltjessommen, die zijn voor onze leerlingen te talig, maar daarmee ben je er niet. Het ligt ook aan de manier van lesgeven als kinderen niet goed leren rekenen.’
Praktisch Het team verdiepte zich tijdens studiemiddagen in het rekenonderwijs. Deze studiemiddagen waren praktisch van aard. ‘Er kwamen allerlei ideeën langs, je kreeg echt zin om er iets mee te doen.’ Ook zijn er doelen vastgesteld en groepsleerlijnen geformuleerd. ‘We hebben met elkaar vastgesteld wat het niveau moet zijn. Dat was heel leerzaam, je kreeg sommetjes van andere groepen voor je neus, en dan moest je beoordelen welk niveau dat was, groep 2 of groep 3 bijvoorbeeld. Dat is niet zo makkelijk als je groep 8 gewend bent. Daarom is het ook nuttig: je ziet wat er in de andere groepen geleerd wordt.’
Klassikale instructie Wouter is een voorstander van klassikale instructie. ‘Je moet niet werken met individuele leerlijnen en remedial teaching voor uitvallers. Klassikale instructie is het meest effectief, met verlengde instructie voor de zwakke rekenaars. Tijdens looprondes moet je van iedereen snel rijtjes nakijken, zodat een kind niet te lang doorgaat met sommen fout maken.’
Tour de France Op De Klimop is het rekenonderwijs gestandaardiseerd. Iedere leerkracht doet het op dezelfde manier. ‘We noemen het een Tour de France-model. We beginnen met alle leerlingen, het peloton zeg maar, op hetzelfde punt. Je geeft iedereen dezelfde instructie. Dan gaan de kinderen aan het werk, sommige demarreren, voor andere neem je de bezemwagen, snelle rekenaars mogen aan het eind van de rit nog een ander fietsje proberen. Maar de volgende dag beginnen we weer allemaal op hetzelfde punt.’
Eén strategie Alle leraren beginnen de rekenles met vijf minuten automatiseren. Alle leraren bieden nog maar één rekenstrategie aan, in plaats van de drie die de methode biedt. ‘Met optellen doen we het op opa’s manier: cijferend optellen. De andere strategieën laten we zitten. Dat biedt houvast voor zwakke rekenaars. De goede vinden zelf wel andere manieren.’ De rekenlessen vinden schoolbreed plaats op dezelfde tijd, na de taalles ‘s morgens. ‘Met de collega van groep 7/8 heb ik afgesproken tegelijk te beginnen. Ik heb een heel goede rekenaar in de groep, die heeft al een groep overgeslagen en kan nu beter in groep 7 met rekenen meedoen.’
Versneld Door deze aanpak kan de methode versneld worden doorgewerkt. Dat betekent extra tijd voor moeilijke onderdelen en voor onderdelen die in de methode niet goed aan bod komen, zoals meetkunde. ‘In groep 3 kan je je doelen al afstrepen, omdat ze de meeste al gehaald hebben in de kleuterbouw. Dat betekent dat we in groep 8 ook het boek van groep 8 kunnen doorwerken. Dat is voor de huidige groep 8 te hoog gegrepen. Deze groep heeft niet ten volle geprofiteerd van de nieuwe aanpak, bovendien is het over de hele linie een zwakke groep.’
Toenemende verschillen In groep 7/8 doen zich ook in de toekomst knelpunten voor, verwacht Wouter. ‘Je hebt hier met toenemende verschillen te maken. Sommige kinderen gaan naar het lwoo, andere naar het vwo, hoe hou je dan de groep bij elkaar? We moeten hier minimumdoelen voor formuleren, wat hebben de leerlingen nodig in hun vervolgonderwijs, wat hebben ze nodig in de maatschappij? Bovendien heb je het erg druk, met de citotoetsen, de musical, je moet met ouders praten over het vervolgonderwijs. We hebben dit jaar veel kinderen die naar het Praktijkonderwijs of het LWOO gaan, dat kost veel tijd.’
Tempotoets In januari wordt de tempotoets rekenen afgenomen. Wouter is zeer benieuwd hoe de scores gaan uitvallen. ‘Op de methodetoetsen scoren ze goed, je ziet ook vooruitgang, maar je wilt het graag bevestigd zien met de citotoets.’
Minder ruzie De leerlingen zelf zijn gemotiveerder geworden voor rekenen. Ook dat draagt bij aan betere resultaten. ‘Nu we het zo aanpakken gaan ze echt sneller vooruit. Als ze oudere broertjes en zusjes hebben is dat helemaal goed te zien. Omdat het zo goed gaat, voelen ze zich gewaardeerd, dat scheelt weer in ordeproblemen en ruzie op het schoolplein.’
|