CBS De Meene Zelhem
Bewust en spontaan rekenen
Uitval in de bovenbouw betekent dat er geen goede basis wordt gelegd in de onderbouw. Nu leerkrachten in groep 1 en 2 van CBS De Meene meer rekenspelletjes doen en bewuster omgaan met ‘rekenbegrippen’ als groter en kleiner, gaan de resultaten schoolbreed vooruit.
Schoolgegevens
Gesprek met rekenexpert Arlette Buter. 'Verbetertraject en schoolontwikkeling vormen sterke combinatie.'
Knelpunten ‘Tijdens het bezoek van de Rekenbus zijn onze ogen geopend’, vertelt Els Groot Roessink, directeur van CBS De Meene in Zelhem, een dorpsschool met 192 leerlingen. ‘We dachten zelf niet dat we in de gevarenzone zaten, omdat op de vaardigheidsscores steeds goed gescoord werd. Daardoor zagen we het niet. Maar vooral in groep 4, 5 en 6 bleken de kinderen niet voldoende vooruit te gaan. Het echte knelpunt bleek in de onderbouw te zitten. In groep 1 en 2 ontbrak het beredeneerd aanbod.’ Achteraf verbaast het Els dat ze niet eerder op het idee is gekomen naar de onderbouw te kijken. ‘Met taal doen we dat wel, zijn we ook in de onderbouw doelgericht bezig. Maar met rekenen dachten we dat er spelenderwijs wel genoeg aan bod kwam.’
Rekencoördinator De school is in september gestart met het Intensieve Rekenverbetertraject. De aanbevelingen die de adviseurs van de PO-Raad deden werden op een rijtje gezet en met het team doorgenomen. Vervolgens is er een planning gemaakt. Ellen van Benthem werd aangesteld als (toekomstige) rekencoördinator. Ellen: ‘Ik ben me aan het oriënteren op de opleidingen, in september wil ik daarmee starten. Intussen ben ik gaan inventariseren: welke materialen hebben we al in huis, en wat gebeurt daarmee? Het blijkt dat veel materiaal ligt te verstoffen, terwijl het heel goed kan worden ingezet in allerlei spelvormen.’ Ook heeft de school een nieuwe methode aangeschaft, Wizwijs. Tot de zomer wordt hiermee proefgedraaid, na de vakantie ingevoerd.
Directe instructie Daarnaast werd er gekeken naar het leerkrachtgedrag. De rekenlessen moesten volgens een vast stramien gaan verlopen. Zo werd het ‘opwarmertje’ ingevoerd, er werd afgesproken dezelfde termen te gebruiken en doelen te benoemen en te evalueren met de groep. Om goed te kunnen omgaan met niveauverschillen moest er ook meer gedifferentieerd worden. De school wordt binnenkort Daltonschool, en leraren staan niet vreemd tegenover klassenbezoeken en collegiale visitaties. Het invoeren van het directe instructiemodel vond meteen weerklank. Els: ‘Ik was toch al bezig met klassenbezoeken, het ging in een moeite door om naar het instructiegedrag van leerkrachten te kijken.’
Doelen benoemen Een belangrijke pijler onder opbrengstgericht werken is het benoemen en evalueren van doelen. Ellen: ‘Iedere les geven we duidelijk aan wat er geleerd gaat worden. Achteraf kijken we terug en benoemen we expliciet de opbrengsten. Dat laten we verwoorden door de kinderen.’ Ook het team zelf is naar de doelen gaan kijken. Maaike Jager, leerkracht van groep 4 en in opleiding tot intern begeleider, is bezig met groepsplannen en stelt per blok van drie weken een doel vast. ‘We kijken steeds of we de doelen gehaald hebben. We nemen kleine stapjes. Zo blijft het behapbaar.’
Rekentaal Els, die een dag in de week voor groep 8 staat, vertelt dat ze tijd, geld en meten uit elkaar haalt en meer aandacht besteedt aan de context van de som. ‘Waarvoor heb je het nodig om met tijden te kunnen rekenen? Bijvoorbeeld als je de trein wilt halen. Dan moet je weten dat 9.25 uur hetzelfde is als vijf voor half 10.’ Daarnaast is Els ook beter gaan kijken naar de specifieke ‘rekentaal’ die vaak in sommen voorkomt. ‘Woorden als “per” of “via” of “ongeveer” bespreek ik nu gericht.’
Leuk ‘Nu leraren zich meer bewust zijn van de doelen van het rekenonderwijs, zie je dat rekenen ook op andere momenten wordt ingebouwd, vertelt Maaike. ‘Je kunt ook tijdens lezen of gym een rekenmoment creëren, als je er alert op bent. Leerlingen vinden rekenen vaak moeilijk, maar doordat we gevarieerde spelvormen zijn gaan hanteren vinden ze het nu leuk. Je wordt zelf ook creatiever in het verzinnen van spelletjes en het invullen van het opwarmertje aan het begin van de les.’ ‘Bij mij in de inloop pakken sommige kinderen spontaan rekenspelletjes, terwijl ze vrij zijn om te kiezen’, vertelt Ellen, leerkracht in groep 3. ‘Dat enthousiasme voor rekenen komt volgens mij ook doordat we zelf rekenen zo leuk zijn gaan vinden.’
Opbrengsten Op de methodegebonden toetsen gaan de scores inmiddels vooruit. Er zijn minder E-scores en meer A/B. Maar om echt goed naar de opbrengsten te kunnen kijken moet het leerlingvolgsysteem beter worden benut, zegt Els. ‘Op bovenschools niveau zijn we aan het leren hoe we trendanalyses moeten lezen en hoe je ontwikkelingsperspectieven kunt vaststellen enzovoort. Het systeem dat we hebben kan heel veel, maar wij krijgen het er nog niet allemaal uit.’
Kleutertoets Er wordt een nieuwe rekentoets voor kleuters in gevoerd, die moeilijker is dan de vorige. ‘Hoe gaan we dat opvangen’, vraagt Els zich af. ‘Nu hebben we allemaal A’s, dat gaat veranderen.’ Maar de score zal wel beter aangeven wat de kinderen echt kennen en kunnen, verwacht Ellen. ‘De nieuwe toetsen geven beter aan wat de start is in groep 3. Dus daar heb je wel meer aan.’
Dit gaat lukken ‘Ik wil dat het lukt’, zegt Els. ‘En het gaat ook lukken. De leerkrachten zijn allemaal enthousiast. Ik ben echt trots op het team, hoe ze dit hebben opgepakt.’ Ellen: ‘We hebben niemand hoeven pushen. Onderbouwleerkrachten gingen bijvoorbeeld onmiddellijk aan de slag met het zoeken naar een methode.’ Maaike: ‘Ik ben ook zo trots op de leerlingen. Die weten nu veel beter waar ze mee bezig zijn.’
Projectbureau Kwaliteit, februari 2011
|