Oefenen, we kunnen het leuker maken
Workshop door Martijn Smoors
Coöperatief werken maakt het oefenen van rekensommen – automatiseren en memoriseren - aantrekkelijker voor leerlingen. Doordat alle leerlingen actief betrokken zijn, leren zij ook effectiever. De leerkracht moet samenwerken wel goed structureren.
Coöperatief werken werpt vruchten af. Dit betoogt Martijn Smoors in de workshop Oefenen, we kunnen het wel leuker maken tijdens de regioconferenties Excellent Rekenonderwijs. “Hoe meer actie, hoe meer je leert, blijkt uit onderzoek. Kinderen die een ander kind uitleggen hoe een som in elkaar zit, leren minstens net zo veel als het kind dat naar de uitleg luistert.”
Automatiseren en memoriseren Automatiseren en memoriseren zijn kernbegrippen in het rekenonderwijs. Automatiseren is het proces waarbij oplossingsmethoden verkort worden. De tafels worden geautomatiseerd en door steeds minder tussenstappen snel opgelost. Memoriseren is het prompt beschikbaar hebben van het antwoord. Dan kan een kind zonder nadenken antwoorden op de vraag hoeveel acht maal zeven is. Automatiseren gaat vooraf aan memoriseren. Het heeft geen zin een antwoord uit het hoofd te leren zonder kennis van het proces.
Tijd Automatiseren en memoriseren kosten tijd. Oefenen kost tijd. Wanneer alle leerlingen tegelijk kunnen oefenen, blijft er meer tijd over voor de leerkracht om verlengde instructie te geven, of snelle leerlingen op een hoger niveau te brengen. Leerlingen ongestructureerd laten samenwerken levert niet voldoende op: kinderen hebben vaak geen gelijke inbreng en zijn regelmatig niet tegelijkertijd allemaal actief.
Werkvormen In de workshop laat Martijn Smoors de deelnemers kennismaken met vier werkvormen: Tweegesprek op tijd, Tweepraat, Tweetal Coach en Zoek de valse. “Er zijn er meer”, zegt Smoors. “En je moet ook afwisselen om het leuk te houden. Maar het is het beste als je begint met een paar, zodat de kinderen de vorm goed leren kennen. Dan heb je er het minste omkijken naar.”
Tweegesprek op tijd Bij tweegesprek op tijd geeft de leerkracht een opdracht om aan elkaar iets te vertellen, bijvoorbeeld de uitleg van een som, maar het kan ook zijn ‘wat ga je leren deze week’. De leerling die – bijvoorbeeld – het dichtst bij het raam zit begint en praat een minuut. De ander vat vervolgens in een minuut samen wat hij/zij heeft gezegd en praat dan een minuut. Dat wordt weer samengevat door de eerste leerling. “Je moet altijd een handvat geven welke leerling begint”, zegt Martijn, “anders zijn het steeds dezelfden die beginnen.”
Tweepraat, Tweetal Coach en Zoek de valse Bij Tweepraat geeft de leerkracht een opdracht waarop meerdere korte antwoorden mogelijk zijn. De leerlingen geven – na een denkpauze - om en om antwoord. Bij Tweetal Coach zitten leerlingen van ongeveer gelijk niveau in tweetallen bij elkaar. De leraar stelt een vraag. Leerling A beantwoordt de vraag, leerling B knikt en coacht en bevestigt. De leraar stelt een volgende vraag, nu is de beurt aan leerling B. Bij Zoek de valse zitten de leerlingen in kleine groepjes. Allemaal schrijven ze drie sommen op, twee die kloppen en een die niet klopt. De andere leerlingen bespreken met elkaar welke niet klopt. Als ze ‘de valse’ geraden hebben feliciteert de leerling de anderen. Zo niet, dan andersom.
Samenwerken Een deelnemer werpt op dat kinderen samenwerken over het algemeen niet leuk vinden. “Ze willen door, ze willen het niet uitleggen aan elkaar.” Martijn: “Je moet het ook goed structureren. Niet vrijlaten wie er begint, werken met tijd, een duidelijke werkvorm hanteren.” Een andere deelnemer wil weten hoe vaak je zo’n werkvorm inzet. “Dat moet je binnen je team afspreken”, zegt Martijn. “Je kunt het een keer per dag doen, of vaker. Er zijn veel didactische structuren die je kan toepassen. Je moet het wel met beleid invoeren. Leraren en kinderen moeten allebei de kans krijgen om met de werkvormen te oefenen en ze te leren beheersen.”
PO-Raad / Projectbureau Kwaliteit, september 2009
|