Optellen en aftrekken tot 20, tot 100
Bij niet alle leerlingen valt even snel het kwartje als het gaat om het toepassen van strategiën voor optellen en aftrekken tot 20 of tot 100. Sommigen gebruiken stiekem hun vingers. Het aanleren van een strategie werkt alleen als je samen met het kind oefent, want anders durft het het tellend rekenen niet los te laten. Verder geldt: Eerst automatiseren, dan memoriseren.
Impressie van de workshop ‘Optellen en aftrekken tot 20, tot 100 in groep 3 en 4', door Ina Cijvat (CPS). Conferentie ‘In gesprek met de onderwijspraktijk’, Lunteren, 25 maart 2009.
In groep 3 en 4 wordt het fundament gelegd van het verdere rekenonderwijs op de basisschool. Het is dus zeer belangrijk dat alle kinderen vlot leren rekenen met getallen tot 20, en later tot 100. Ina Cijvat hamert erop dat leerkrachten goed naar kinderen moeten kijken: klopt wat je ziet met wat je weet van een kind, over haar of zijn gezinsachtergrond en kleuterperiode?
Preventie Rekenproblemen kunnen voorkomen worden door effectief om te gaan met verschillen en veel tijd te besteden aan oefenen. Ina presenteert een filmpje waarin een kind laat zien hoe ze 6 + 5 uitrekent: op haar vingers. De strategie heeft ze paraat: eerst 6 + 4 en dan nog 1 erbij. Maar ze past het niet toe. 'Het is eng om tellend rekenen los te laten, want je komt altijd goed uit. Met deze getallen valt het nog niet op. Maar 35 + 21 tellend rekenen, is niet de manier.'
Context Bij realistisch rekenen speelt woordenschat een rol. Toch is het nodig om een context te scheppen, zegt Ina. 'Ik ben zeven jaar betekent iets anders dan daar liggen zeven appels.' Ongestructureerde hoeveelheden resultatief tellen kunnen vrijwel alle kinderen. Voor zwakke leerlingen is de overgang van tellend rekenen naar structurend rekenen een lastige hobbel.
Drijfvermogen Een ijsberg zit grotendeels onder de oppervlakte. Daar zit het drijfvermogen, niet in het topje dat je ziet. Investeer in drijfvermogen: het structurend leren rekenen. 'Beter tien sommen samen in de verlengde instructie dan tien rijtjes zelfstandig. Gebruik materialen als het rekenrek, en laat dat geleidelijk los, door het eerste getal erop te zetten en het tweede niet, en vervolgens alleen nog maar te kijken.'
Leerlijn Ook de leerlijn is 'drijfvermogen'. Vaak staan de tussendoelen en de cruciale leermomenten niet duidelijk in de methode. 'Het is goed om dat eens uit te werken samen met het team. Klopt wat groep 4 verwacht aan het begin, wel met wat groep 3 aflevert?' Het Freudenthal Instituut werkt aan een Map Speciaal Rekenen voor rekenen in het SBO, daar zitten van vier rekenmethodes de leerlijnen in.
Automatiseren Eerst automatiseren, dan memoriseren! Automatiseren behoort tot het 'drijfvermogen'. Bij automatiseren gaat het om begrip. Stel: een kind weet niet het antwoord op de vraag: wat is 12 x 6? 10 x 6 = 60, 11 x 6 = 66, dat gaat goed, maar 12 x 6 kan ze niet uitrekenen. Ina: 'Ze kan niet beredeneren hoe ze er komt. Alleen memoriseren heeft geen zin.' Het is daarom belangrijk goed na te gaan of een bepaalde bewerking werkelijk is geautomatiseerd.
Ken je groep Een zwakke leerling heeft meer tijd nodig dan een goede om hetzelfde niveau te bereiken. Deel daarom de groep in in risicoleerlingen, de twijfelgevallen (C-tjes) en de goede leerlingen. Ook de goede leerlingen hebben uitdaging nodig. 'Alleen-voor-mij-taken' mogen niet vrijblijvend zijn. Verlengde instructie geven aan zwakke leerlingen terwijl de rest zelfstandig werkt vergt een goede organisatie en goed klassenmanagement. Soms komt een leerkracht handen tekort, zeker in een combinatieklas 3/4. 'Als er weinig tijd is voor extra instructie van zwakke leerlingen, is dat een probleem voor de hele school', zegt Ina. 'En scholen kunnen heel creatief zijn als het gaat om potjes aanspreken of gedurende een paar uur per week extra handen in de klas.'
Hebben we ons doel bereikt? Het helpt zwakke rekenaars als je van tevoren aangeeft wat het doel van de les is. Wat voor sommetjes gaat het om? 'Zeker bij realistisch rekenen kunnen zwakke leerlingen de weg kwijtraken in de context. Dat kun je voorkomen door duidelijk te zeggen wat we gaan doen. Aan het eind van de les sluit je af met een terugblik: Dit hebben we geoefend, dit ging goed en dat moeten we nog verder oefenen.'
Projectbureau Kwaliteit, maart 2009
Ina Cijvat (CPS): 'Als er weinig tijd is voor extra instructie van zwakke leerlingen, is dat een probleem voor de hele school'.'
Eerst automatiseren, dan memoriseren.
|
|